| The Hurricane |
|
|
|
| zaterdag, 03 april 2010 12:23 | |||||
Nelson Mandela verscheen meerdere malen voor de rechter. Eén van deze processen is echter bijzonder. Nelson stond met een aantal andere rebellen terecht voor landverraad tijdens de jaren waarin apartheid in een hogere versnelling werd geschakeld, "die nasionale partij - NP" wou een voorbeeld stellen, de wereld keek mee (of toe). De rechter las voor de gehele wereldpers zijn arrest voor, lijkbleek spreekt hij Mandela vrij. Het is een passage uit zijn biografie die bij mij aan de ribben is blijven kleven. Ik stelde mij dezelfde vraag als die welke Hurricane tijdens de film stelt aan de blanken die hem – ondanks talloze bedreigingen – trachten vrij te krijgen, “Zou ik even moedig zijn? Neen.” Het zou niet lang duren voor Mandela alsnog in een ander proces voor 26 jaar de gevangenis in vliegt. Rubin Carter zou 22 jaar ‘zitten’. Een ander proces dat mij is bijgebleven uit diezelfde periode is dat van Cassius Clay. Ali weigerde – als wereldkampioen - dienst te doen in Vietnam omwille van zijn islamitisch geloof. Hij bracht zijn zaak voor het Supreme Court. In volle Vietnam oorlog (“No vietcong ever called me a nigga”) hadden de rechters van het Supreme Court toch de moed om zich te beroepen op de vrijheid van religie. Ali was terug een vrij man in een vrij land, maar nooit meer dezelfde bokser als voorheen. Rubin Carter “turned his body into a weapon”, maar zelfs de hardste steen kan breken onder het onophoudelijk gedruppel van eenzaamheid en onrecht ... “they turned a man into a mouse” (Bob Dylan). Mandela zei dat hij enkel overleefde en vrijkwam “because I kept knockin’ on that door patiently and moderately”. Een aantal blanken die zich even geduldig maar vastberaden in de zaak van Carter hadden vastgebeten, wisten met nieuwe feiten Carter te overtuigen alsnog – na twee veroordelingen in de staat New Jersey – zijn zaak voor een federale rechtbank te brengen. Rubin herwon niet enkel het geloof in zijn zaak maar ook in de mens. De muren rond Rubin braken en uiteindelijk ook de gevangenismuren. De rechter veegde deze maal de – trouwens terechte – procedurele opwerpingen van het openbaar ministerie wel van tafel door zich rechtstreeks op de Bill of Rights te beroepen “Iedereen heeft recht op een eerlijk proces”. Carter had als zwarte geen eerlijk proces gehad. Toen Mandela net vrijkwam, stopte hij zijn wagen om de hand te schudden van een blanke boer die langs de weg stond. Ook Carter riep bij zijn vrijlating nooit om wraak. Deze passages uit de biografie van Mandela en de filmen Ali (Will Smith) en The Hurricane (Denzel Washington) hebben mij telkenmale kippevel bezorgd. Het zijn verhalen over hoe mensenrechten het verschil kunnen maken, over hoe de moed van enkelen “kleine deuren kunnen openen naar grote ruimten”, over waarom rechtvaardigheid de bouwsteen van onze menselijkheid is, soms even klein, maar steeds even onpletbaar als een atoom, over hoe rechtvaardigheid als een bloem temidden een berg mest toch kan opbloeien. Het levensverhaal van Rubin Carter is één van de vele heldenverhalen uit de waanzinnig boeiende 'roaring sixties'. Waar zijn die helden vandaag gebleven? Brengt een tijd zijn eigen helden voort of brengen helden hun eigen tijd voort?
|